Papegaaiduikers op Isle of May

De allerlaatste dag alweer in Schotland. We zouden ’s avonds weer naar Nederland vliegen. De dag ervoor waren we nog in Aviemore en we moesten om 8.00 al bij de boot zijn om de overtocht te kunnen maken naar Isle of May. Er hing 2x175pk achter de Zodiac dus dat kwam wel goed. Dus dat betekent vroeg opstaan. De bus vertrekt om 5.00 die kant al op. 4.00 loopt de wekker af. Je moet er iets voor over hebben zeggen ze wel eens. In een aantal uren rijden we naar de kust en ruim op tijd zijn we gearriveerd. Een aantal lokale vissers komen met de grap van de week:” Hoe onderscheid je een Schot van een Engelsman??” De zeer originele oplossing volgde snel:”Een Schot die praat tegen je”. Je kunt je voorstellen dat we niet weer bij kwamen van het lachen hier.

Isle of May

Maar goed op naar het doel van de dag en al snel waren we bij de juiste Schot aangeland. Gelukkig voor mij was de zee deze ochtend “flat and quiet” en hoefden we dus geen maatregelen te nemen, behoudens de verplichte zwemvesten.

Aangekomen op Isle of May werden we verwelkomd door vele noordse sterns die net een week eerder waren terug gekomen van hun reis vanuit het zuidpool gebied. Het blijft fascinerend hoe die kleine wezentjes zo ver kunnen reizen en dat twee keer per jaar.

Noordse stern/ Artic Tern

Waar iedereen eigenlijk voor kwamen waren de grote aantallen Papegaaiduikers op dit eiland. Er broeden nog 46000 paar op dit eiland. Echter de soort neemt sterk in aantallen af de laatste jaren. Er wordt gesproken over achteruitgang van 20-80%. Dit komt met name omdat de voedselvoorraad voor deze vogels met sprongen achteruitgaat (kleine visjes). Maar goed daarom een kleine greep uit de honderden foto’s die ik hier heb gemaakt:

Maar er moet niet vergeten worden dat de schoonheid van deze plek niet alleen te danken is aan de papegaaiduikers. De “puffins” zien er dan wel weer schattig uit met hun kleurige snavel en hun wat onhandige manier van vliegen en landen, maar er broeden ook vele andere zeevogels als Zeekoeten, alken en kuifaalscholvers. Ik zal het dan niet hebben over alle meeuwen en konijnen die hier woonachtig zijn.